Kamervragen over de beoordeling van arbeidsrelaties

3 april 2025

De minister van SZW heeft Kamervragen beantwoord over de beoordeling van arbeidsrelaties. De vragen zijn gesteld naar aanleiding van de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad in de zaak-Uber. De Hoge Raad heeft daarin gezegd dat het criterium ‘ondernemerschap’ gelijkwaardig is aan de andere criteria van het Deliveroo-arrest. De vragenstellers menen dat in de keuzehulp op de website hetjuistecontract.nl met ondernemerschap geen rekening wordt gehouden. De minister deelt die opvatting niet. Het criterium ‘ondernemerschap’ heeft volgens de minister hetzelfde gewicht als de andere criteria. Wel is hij van mening dat de criteria van het Deliveroo-arrest verduidelijkt moeten worden, gelet op de ervaringen van gebruikers van hetjuistecontract.nl. Aan de website zullen nieuwe voorbeelden worden toegevoegd. De minister ziet geen reden om de webmodule offline te halen of aan te passen. De webmodule geeft een indicatie over de kwalificatie van een arbeidsverhouding, maar aan de uitkomst kan geen zekerheid worden ontleend.

De minister gaat de arbeidsrelatie met zzp’ers, van wie het contract met de overheid is beëindigd op basis van de functieomschrijving, niet opnieuw beoordelen. Elke overheidsorganisatie is verantwoordelijk voor de inhuur van personeel en dus ook voor het tegengaan van schijnzelfstandigheid. Als voor een bepaalde inhuuraanvraag het risico op schijnzelfstandigheid als groot is beoordeeld, worden geen zzp’ers ingehuurd. De uitspraak van de Hoge Raad in de Uber-zaak geeft geen aanleiding om de werkwijze aan te passen.

Bron:Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid | publicatie | 2025-0000057838 | 23-03-2025